Satbodh

1984 Hotel Wilhelminapark / Satbodh RMC – Utrecht

Uiteindelijk wil ik ook wel deel uitmaken van een ‘echte’ sannyascommune. De grote communes verlangen behalve een bepaalde dagprijs ook dat de ‘verplichte’ reis naar Oregon van te voren al betaald wordt en die centen heb ik niet. Een kleine commune in Utrecht heeft die verplichting niet en ik vraag of ik, samen met mijn dochter, daar kan komen wonen. Begin januari 1984 kunnen we verhuizen. De meeste van onze spullen laat ik opslaan, maar waar weet ik niet meer. We komen terecht in een commune die een hotel annex Rajneesh Meditation Center: Satbodh genaamd, runt onder leiding van Ma Prakash Liesbeth, (J.W. Frisostraat 16-18, Utrecht). Liesbeth heeft eerder een uitzendbureau geleid en haar man Paramananda is arts. Toffe gast wel. Liesbeth speelt duidelijk de centrumleidster en is wat afstandelijker. In ruil voor werk en uitkering krijgen we kost en inwoning. Ik kan er niet mijn adres hebben, maar kom overeen met ome Hennie en tante Corrie dat ik zogenaamd bij hen woon op de Ebrodreef 14 in Utrecht (5 januari 1984). Zij doen nogal veel goede werken vanuit de kerk en ik denk dat wij daar dan ook maar onder vallen. Mijn keuze voor een leven als sannyasin zien ze minder zitten.

Het werk in Satbodh bestaat onder andere uit het schoonmaken van de hotelkamers. Deze hebben allemaal namen van filmsterren. Charlie Chaplin is een kleine kamer, Mae West is de grootste. Er is ook werk in het meditatiecentrum, de ontbijtzaal moet elke morgen opgezet worden en ‘s avonds is er nog werk aan het woongedeelte van de communeleden. Patanga heeft er een speelkameraadje die Nirdosh heet, hoewel ik niet zo zeker ben dat ze elkaar zo aardig vinden. Ik meen me vaag te herinneren dat er ruzie is over speelgoed. Patanga gaat naar de plaatselijke Freinetschool samen met Nirdosh. Ik heb er ook al gauw een vriendinnetje, Ma Paritosh die met een breimachine werkt. Ik herinner me verder nog een swami die Bhikkshu heet en een schattig koppeltje (Bart en Christine) dat ik later terugzie in het Gein. Er komt ook soms een oude man in een rolstoel langs, Paritosh Anand (ik meen dat hij de vader is van de beroemde Arup uit Poona, die ook wel eens langs is geweest, maar wellicht is dat niet waar).

In het weekend staan we vaak met de Rajneesh Times in Hoog-Catherijne te leuren en er worden ook houten vogels verkocht op de markt op het Vredenburg. Wij worden hierbij ‘verplicht’ om onze mala bovenop onze winterjassen te dragen. Ziet er een beetje belachelijk uit. Erg gelukkig voel ik mij niet in Satbodh. Ik voel me eenzaam en niet op mijn plaats. Ook het vele en vooral niet-interessante werken is niet zo mijn ‘ding’, maar ja, in Bhagwan’s visie is werk meditatie en een vorm van eredienst, oftewel ‘worship’. Wel leuk vind ik het maken van posters voor het centrum.

Op een dag komt er een Londense taxi voorbij met daarin ene Swami Abodha en zijn vriendin Atulya. Ze geven gratis sessies aan alle communards. Ook ik kom aan de beurt. Hij vraagt me met een Schots accent waarom ik mij niet scheer. Ik zeg dat ik dat nog nooit gedaan heb (ik heb zo’n ‘puberig’ pluisbaardje). Hij doet de suggestie om dat toch maar te doen en dat ik me daardoor beter zal voelen over mezelf. Hij heeft nog gelijk ook.

Na twee maanden worden ik en Paritosh bij Liesbeth en Paramananda geroepen. Paritosh kan sowieso het veld ruimen. Haar wordt ondermijning verweten. Bij mij zien ze onverschilligheid, wat onder andere tot uiting komt in hoe ik de planten water geef. Ze raden mij aan om naar Grada in Egmond te gaan om daar in therapie te gaan. Daarna zou ik beslist weer welkom zijn. Het is meteen inpakken en wegwezen geblazen.

alt