Prins Bernhardplein

1972 - 1974 Prins Bernardplein 53, Zaandam

11 december 1972) Het kamertje van Marianne is natuurlijk veel te klein en na een paar maanden besluiten we om te verhuizen. We vinden een kamer in de torenflat vlakbij aan het Prins Bernhardplein. De verhuizing doen we met karretjes van het ziekenhuis. We wonen op de 7e verdieping in het appartement van Johan. Die heeft een kamer over, waar wij in kunnen wonen. De keuken, wc en badkamer delen we. Om Johan geen last te geven van onze muziek plakken we de wand naar zijn woonkamer vol met paars en groen geverfde kartonnen eierrekken (niet dat dat veel helpt). Johan is homo en een plezante gast. Hij draait enkel klassieke muziek en is dol op het koningshuis. Zijn vriend Lefert zal de eerste zijn in Nederland die sterft aan AIDS.

Een ledikant hebben we niet. We slapen gewoon met de matras op de grond en vinden dit hip. Ik denk dat we op de vloer rijsttegels hebben, die we regelmatig met water moeten besproeien, wat een typische geur geeft. Veel posters aan de wand en ook eigen kunstwerkjes. We plakken ook al onze uitgekauwde kauwgommetjes in rijen bij elkaar op de muur bij ons bed. De bruine, ribfluwelen tweezitter, grenen salontafel, het bruine glazen servies.

Al gauw wordt het Marianne te veel op haar werk en ze raakt in de ziektewet en van daar in de WAO.

We hebben eigenlijk wel een leuke, zorgeloze tijd. We zien concerten van Deep Purple, Black Sabbath en Led Zeppelin. We kopen elke maand nieuwe Lp's. Veel feestjes. Onder andere met collega-verpleegsters en vriendinnen van Marianne: Wies van Zijl en Martine de Haan. Later zijn we nog op de trouwerij van Martine, die trouwt met de Zuid-Afrikaan Paul. Ik herinner me ook dat ik vaak ook ‘s nachts opblijf als Marianne nachtdienst heeft. Ik breng haar dan een bezoekje en hang uit met Fred in de portiersloge. Er is ook nog een actie voor de Hart Stichting, waarbij het ziekenhuispersoneel in uniform (in mijn geval mijn labjas) en opgeplakte sticker een optocht door Zaandam houdt. Uit een auto klinkt het geluid van een kloppend hart. Een van de wat oudere nachtverpleegkundigen doet ook mee. Zij heeft nog op de ambu-lance gewerkt en vertelt dat ze regelmatig speed neemt om te kunnen werken.

Van alles wat we meemaken wordt een plakboek gemaakt. Concerttickets, treinkaartjes, foto’s, etc.

In november 1972 verloven we ons. Ik weet niet waarom. Waarschijnlijk om onze beide families met elkaar te laten kennismaken. We laten een officiële verlovingsfoto maken en een ring. Die ring laten we maken door een juwelier in de Kalverstraat naar het model van het blikken ringetje uit een kauwgomballenautomaat dat we om hebben. Best een mooi model. De juwelier gaat akkoord voor 300 gulden. Na een aantal weken is de ring klaar en wij betalen met de kwartjes die we jarenlang gespaard hebben in een glazen pot. De mevrouw van de juwelier zegt ons ook dat de ringen eigenlijk het dubbele zouden moeten kosten... De verloving zelf vind plaats midden op de Dam in Amsterdam op 11 november 1972 om 11 over 11 ‘s ochtends.

Voor het verlovingsfeestje komen papa en mama op bezoek bij de familie Blokker in Akersloot.

De Blokkers komen uit de arbeidersklasse en geloven rotsvast in de Partij van de Arbeid van Joop den Uyl. De ouders van de moeder van Marianne zijn zelfs nog rasechte communisten. Ik vind dat allemaal prachtig. Pa Blokker (Jan) heeft een uitkering wegens TBC, maar werkt wel intensief in de tuin en houdt vissen in grote aquaria - een beetje kinderachtige man. De moeder van Marianne (Nel) is een trotse vrouw die zwijgend lijdt onder haar incapabele echtgenoot. De oudste broer van Marianne, Simon is een toffe, met wie het meteen klikt. Zijn uitgebreide Bob Dylan-verzameling verleidt mij tot het kopen van zoveel mogelijk bootlegs van Pink Floyd. De andere broer Nico is getrouwd met Anke. Een beetje stille jongen. Nellie, het jongere zusje is ook nogal een stille.

Marianne is al een diabeet vanaf haar twaalfde, maar dat heeft haar nooit belet om af en toe flink te feesten. Ik heb haar wel een paar keer uit een hypo moeten halen en heb ook een keer intramusculair insuline moeten bijgeven, wegens een hyperglykemie. Haar adem ruikt dan naar aceton en ze is behoorlijk buiten westen. Er is ook een periode geweest dat ze al haar eten moet afwegen op een weegschaaltje.

Overigens vinden papa en mama Marianne niet echt een geweldige keuze. Als we eens op bezoek zijn blijft ze na het eten zitten. Ik ook trouwens, maar Marianne wordt lui bevonden. Dat kwetst me enorm. Eigenlijk heb ik sindsdien geen echt goede relatie met papa meer. Ik ben kwaad op hem. Het is ook nooit goed.

De oliecrisis in ‘73 heeft de eerste autoloze zondag tot gevolg. We kunnen dit uit het raam bij Johan goed volgen, omdat we uitkijken boven het anders zo drukke Prins Bernhardplein.

Een van mijn ‘kunstwerkjes’ noem ik Andromeda en in een poging om een soort ‘multimedia’ ding te maken, maak ik ook een bijpassende geluidsband en plak ik kruiden op het werkje.

Ik til een keer voor de grap Marianne op in de lift en ga voor het eerst compleet door mijn rug. Ik moet een tijdje plat liggen. Er gebeurt ook iets met mijn rechterknie, waardoor ik een paar weken buiten strijd lig.

Mijn bootlegs koop ik meestal op het oude Waterlooplein in Amsterdam. Ik koop er ook een tweedehands bontjas, een leren hoed en kettingen gemaakt van hoefnagels en kleine kraaltjes in een indiaans patroon. Naast het Waterlooplein ligt de ‘Hippieboot’ in de Amstel, een toeristische attractie. Marianne gaat met Nellie naar Spanje op vakantie. Als ze terugkomt vertelt ze dat ze met een Spanjaard de koffer is in gedoken. Ik ben stikjaloers, maar verbijt mijn kwaadheid.

Zelf gaan we samen nog een hele reis door Nederland maken. Met de tienertour. Dat lukt met onze leeftijd nog net. In Groningen slapen we in een hotel voor 14 gulden. We bezoeken Madurodam en komen zelfs in Antwerpen.

Marianne organiseert een Tupperware Party. Ik weet niet meer of ik er bij ben, maar er is wel veel Tupperware gekocht door ons. Handig spul.

Mei 1973 gaan we de eerste keer naar Parijs. We bezoeken Montmartre, het Quatier Latin, de Eiffeltoren, etc. We drinken veel te veel Ricard, hangen uit op terrasjes en maken kennis met de metro. Eten doen we een keer in het restaurant “Chez Les Fondues” in Montmartre. Er zijn geen aparte tafeltjes, wel twee lange tafels waar iedereen aanschuift. We worden ergens tussen geprakt en krijgen wijn te drinken uit zuigflessen (‘biberons’). De muren zijn vol geklad door de gasten. We lichten de verzekering op voor 60 gulden door net te doen alsof onze fotocamera is gestolen.

Eind 1973 wil Johan dat we gaan verhuizen, waarom weet ik niet meer, al weet ik wel dat hij er niets aan kan doen. We zijn redelijk wanhopig, want het moet binnen twee weken. Ten einde raad bellen we aan bij ieder huis in de Westzijde of ze voor ons misschien een kamer hebben. Dat lukt ook nog!

alt