Politiek

1978 - 1981 In de politiek

Nelly, de zus van Marianne heeft een vriend, Jan Noom genaamd, die lid is van de PSP. Dat lijkt me ook wel wat. Ik wil me graag engageren en de PSP is de partij die mij het dichtst nakomt. Ik word lid en maak kennis met een bonte groep mensen die deel uitmaken van de schaduwfractie van de PSP in de gemeente Zaanstad. In de eerste plaats het koppel Fons (Laan) en Lanneke (Hus). We worden snel bevriend met hen. Fons en Lanneke wonen in een flat vlakbij ons. Marianne heeft niet zo’n zin om echt actief te zijn, maar ik wel. Overigens vinden de ouders van Marianne het helemaal geen goed idee dat zij lid wordt van zo’n radicale partij en geven mij de schuld van haar ‘afvalligheid’. In de gemeenteraad zelf zit Dirk Mooij voor de dubbelfractie van PSP/PPR, samen met Dirk Smit van de PPR. Ik herinner me affiches plakken voor de gemeenteraadsverkiezingen en vergaderingen bij Dirk thuis. Er zitten nog meer mensen in de schaduwfractie. Jan Noom natuurlijk en ook een nog jonger iemand die Thijs Post heet. Verder weet ik niet meer.

Een van de eerste dingen die Marianne en ik doen is het bijwonen van een vergadering in het wijkcentrum ‘Oit en Tois’ in Kogerveld. Het gaat over integratie en discriminatie van Turken en Marokkanen. De preciese dingen weet ik niet meer. Hier begint het engagement dat vooral Marianne zal hebben met migranten.

Wethouder Ralph Pans voor de PvdA heeft een plan ingediend voor een nieuwe brug over de Zaan. De meesten van ons zien dat absoluut niet zitten omdat het zeker voor nog meer verkeersoverlast zal zorgen. Maar omdat de PSP in een ‘progressief akkoord’ zit met PPR en PvdA stemt ook Dirk voor. Als reactie daarop besluiten een aantal leden van de schaduwfractie, waaronder ikzelf, om uit de PSP te stappen en voortaan buitenparlementair te gaan werken. De Aktieraad is geboren. We willen een actiesteunpunt zijn voor het voeren van directe actie op het gebied van verkeer, wonen, emancipatie, vreemdelingen, energiebeleid, kortom, het hele gamma van maatschappelijke strijd dat kenmerkend is voor de radicaal-linkse beweging (als ik er maar aan denk komt meteen dat ronkende taalgebruik terug).

Fons Laan: “De gezamenlijke PPR/PSP-fractie bestond toen ook uit wethouder Peter Jongepier die op verschillende manieren de boel belazerde. Hij woonde niet in Zaanstad (waartoe wethouders verplicht zijn) en hij stemde indertijd vóór een motie die het mogelijk maakte om het Guisveld te bebouwen, terwijl de afspraak anders was. Leuk detail achteraf over alle acties om het Guisveld te behouden: inmiddels is de waarde van het Guisveld drastisch afgenomen omdat het brakke water en de oorspronkelijke vegetatie verdwenen is en is het Westzijderveld als natuurgebied veel belangrijker geworden. En dát is voor de helft volgebouwd.”

Ondertussen zijn Fons en Lanneke uit elkaar. Lanneke is nu met een jongere gast: George (Sjors) Oud en weldra is Fons bevriend met Jolanda (van Vulpen), maar we noemen haar ‘Pol’. Tussen Lanneke en Pol zal het nooit echt vlotten. Alle vier maken deel uit van de Aktieraad, net als Jan en ik. Ook René Meijer sluit zich aan. Dit is zo’n beetje wel de kerngroep. Later sluiten ook Gert Engels en zijn vrouw Alma zich aan. In het begin is dat een beetje problematisch omdat Gert het Rood Verzetsfront vertegenwoordigt, een organisatie die de gewapende strijd steunt van de Rote Armee Fraction en consorten, maar zelf doen ze geen gewelddadige acties. Heftige discussies volgen, want de meesten in de Aktieraad zijn pacifisten. Omdat we Gert en Alma toffe mensen vinden worden ze toch opgenomen. Ook een broer van Sjors, Jack en ook Marianne doen soms mee en verder nog zo wat loslopende figuren.

Een van de eerste acties die we doen is het kraken van een aantal houten arbeidershuisjes in de smalle straatjes van de binnenstad (Oranjestraat, Emmastraat, Botenmakersstraat). Deze huisjes dreigen te verzakken en verloren te gaan wegens het sluipverkeer naar de winkel van Wastora op de Westzijde. Wastora verkoopt wit en bruin goed en is een gigantisch populaire winkel. Deze winkel zal een geliefde vijand van ons worden, waartegen we meerdere acties voeren. De gekraakte huisjes worden bewoond door leden van de Aktieraad en vrienden. Het huisje waar Sjors en Lanneke in gaan wonen wordt het centrale trefpunt van de groep. Het huisje is heel klein, maar wel gezellig en er wordt gestookt met een houtkachel. Het gaat er nogal primitief aan toe, maar dat heeft zo zijn charmes. Marianne en ik blijven natuurlijk in onze comfortabele flat wonen.

Acties (in feite pesterijtjes) tegen Wastora: We strooien ‘s nachts spijkers op een aantal parkeerplaatsen van Wastora. Bij een tweede actie beplakken we verkeersborden in de straten rondom de winkel met een exacte kopie van een bord ‘verboden in te rijden’. De kopieën worden gemaakt op de zeefdruk van René. Wijzelf zitten in de bosjes met walkietalkies als de eerste auto’s in de straten verschijnen. Heel grappig om te zien dat de auto’s geen kant op kunnen en dus moeten afdruipen. Helaas is er binnen het half uur politie die de fake verkeersborden verwijdert.

De derde actie is nog wat complexer. We besluiten om Wastora in één keer een hele hoop klanten te bezorgen die ze vervolgens zullen moeten teleurstellen. Daartoe maak ik met pen en inkt een soort waardebon die de klant recht geeft op 10 gulden korting. We laten 10000 bonnen drukken op gejat papier bij een bevriende drukkerij (de “Rooie Rat”) en beginnen de bonnen te verspreiden. Vooral in de grote flatgebouwen aan de rand van Zaandam gaat dat lekker snel. De zaterdag daarop gaan we natuurlijk regelmatig checken of onze actie werkt. Het is er inderdaad erg druk en er liggen tientallen weggegooide bonnen op de vloer in de winkel en op straat. Van de feitelijke impact hebben we geen idee...

Fons Laan: ”Verder nog: Arie Jan Lems, onze populaire burgemeester. We hebben hem getrakteerd op een verfbom thuis in Assendelft, zijn brievenbus hebben we gejat en we hebben hem de microfoon afgepakt toen hij het flikte om een week ná het onthullen van een bronzen plaquette bij een Eurometaal-speeltuin (plaquette was er niet, die ligt volgens mij nog steeds in de plomp vlak bij de speeltuin) de vredesweek te gaan openen. Moeder Lems kreeg toen van ons een bos dode bloemen.”

Natuurlijk worden alle acties begeleid door een ‘Verklaring’ die we bezorgen aan de twee Zaanse kranten: de Typhoon en de Zaanlander. We ondertekenen het pamflet telkens met een andere verzonnen groepsnaam, want zo paranoia zijn we wel. Soms vinden we ons stukje terug in de krant en soms niet. Meer uitgebreide verklaringen worden vermenigvuldigd via een stencilmachine in het Drieluik.

Elke zaterdag vragen we aan de gemeente een ventvergunning. Vaak krijgen we die en kunnen dan gaan staan vlakbij de ingang van Vroom en Dreesman aan de Gedempte Gracht. We hebben een bakfiets die we optuigen met allerlei propagandamateriaal van bevriende bewegingen. Heel gezellig altijd. Natuurlijk is dit in de winter niet zo heel erg leuk en na het kraken van het gebouw ‘Het wapen van Friesland’ aan de Dam in Zaandam wordt dit onze vaste plek om te verkopen. We ruimen de benedenruimte in als boekenwinkel en noemen het ‘Utopia’. We zijn elke zaterdag open en fungeren als trefpunt voor alles wat links en radicaal is. Onze boeken laten we inkopen in consignatie bij het Centraal Boekhuis via de bevriende winkel het ‘Fort van Sjakoo’ in Amsterdam, in feite onze ‘grote broer’ en voorbeeld. Wat verkopen we zo al? Alle bekende uitgaven van het Anti-Kernenergie Komitee, Aktie Stroohalm, Millieudefensie en andere millieugroepen, de steungroepen voor Angola, Palestina, Vietnam, etc., het Rood Verzetsfront, allerlei anarchistische en anti-militaristische groepen als Onkruit, ‘t Kan Anders, de Vrije (Socialist), het Anarchistisch Stencil Stapel Werk van de Spuigroep, La Cecilia in Leuven, het Gronings- en het Walchers Anarchisten Kollektief, de anarcho-syndicalisten van het OVB, de uitgaven van Bas Moreel en Rob van Gennep en van kraakgroepen uit het hele land (o.a. het Amsterdamse ‘Bluf’). Wij verkopen ook posters en blaadjes van feministische groepen en de flikkerbeweging, zoals Opzij, Lover, Sarah, de Bonte Was, anarcha-feministen, het COC, Roze Flikkers, enzovoort. Ik herinner me ook ‘Stop de Neutronenbom’ (aka ‘stop de neurotenbom’), Boudewijn Chorus’ ‘Als er op ons geschoten wordt’, het zeer controversiële ‘The Anarchist Cookbook’, ‘Recht op Luiheid’ van Paul Lafargue, allerlei punkblaadjes (Raket), strips zoals ‘Maus’ en nog vele andere boeken, pamfletten, posters en wat niet al. Naast drukwerk verkopen we ook allerhande buttons en stickers en zelfs biologische fruitsappen. Echt veel verkopen doen we niet, maar dat is ook niet de bedoeling. Gewoon gezellig ouwehoeren, discussieren, een blowtje erbij en het prettige gevoel cultiveren dat we goed bezig zijn en het gelijk aan onze kant hebben.

De bovenverdieping van Utopia wordt bewoond door een stel bevriende punkers die er een enorme puinhoop van maken en de meeste tijd strontlazarus zijn. Een ervan heet Dirk, dat weet ik nog. Sommigen spelen in een punkbandje (Sweatsox, the Ex, etc.). De punk- en kraakscene lopen nogal in elkaar over en op menig kraakfeestje wordt er lustig gepogood. Zoals tijdens de kraakactie van het gebouw van het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland, het ‘PWN’gebouw. Ik weet niet meer precies waarom het gaat. We zullen het wel hebben willen bewaren voor woonruimte. Veel punkers zijn fan van the Ex, die ook meermalen optreedt tijdens kraakmanifestaties.

Een leuke kraakactie betreft het kraken van een complete straat in Krommenie, waarvan de huizen eigendom zijn van de woningbouw-vereniging ‘De Volkswoning’. Het betreft hier duplexwoningen die ‘ge-ontduplexed’ dreigen te worden, zodat er flink wat woonruimte verloren zal gaan. Naar aanleiding van een bekende reclame in die tijd wordt de straat omgedoopt tot ‘Panders Kraakstad’ met Fons Laan als ‘burgemeester Panders’. Voor de gelegenheid dragen we allemaal hoge hoeden met de omcirkelde A erop van ‘Aktieraad’ (maar stiekem ook van ‘anarchisme’, wat mij betreft). Die hoeden zijn nog door mij en Marianne gemaakt. Een vlag hebben we ook. Een zwarte natuurlijk. De huisjes worden een dag lang bezet, er is muziek en er worden toespraken gehouden.

Bij een andere actie kraken we een hele kerk in de Westzijde, omdat het gebouw verloren dreigt te gaan aan de bouw van een AMRO-bank. Ook hier komen mensen in te wonen. Sort of... Tijdens een andere actie die gericht is tegen de wapenfabriek Eurometaal aan de Hembrug wordt er in de pastorie van de kerk een brancard ingericht met daarop slachtafval en het masker van een doodshoofd. Het lijkt precies een kapotgeschoten mens en dat is de bedoeling. Ik weet nog dat als ik de volgende dag de kerk binnenkom om het lugubere maaksel nog wat te verbeteren, ik me werkelijk rot schrik van de aanblik van het neplijk. Tijdens de jaarlijkse anti-Eurometaal-demonstratie door Zaandam wordt het lijk meegedragen. Er wordt ook op een grote omfloerste trom geslagen. We denken dat als mensen nu niet reageren ze het wel nooit zullen doen. Het is eigenlijk een wanhoopsdaad om mensen te bewegen. Helaas helpt zelfs dit weinig en aangekomen bij de fabriek gooien we, deels uit frustratie, de botten van het ‘lijk’ over de omheining.

Het parlementaire werk kan ons al lang niet meer boeien en we zijn elk geloof kwijtgeraakt in politieke partijen en verkiezingen. We voelen dat het kiezen voor één of andere partij een keer in de zoveel jaar ons feitelijk medeplichtig maakt aan het systeem en het daarmee ook legitimeren. We organiseren daarom een stemverbranding op de Dam in Zaandam als het weer eens verkiezingen is...

Als hele en halve anarchisten bezoeken we ook twee keer (?) de jaarlijkse Pinksterlanddagen in Appelscha. Een keer combineren we het radicale kamperen met een demonstratie tegen de opwerkingsfabriek van het UCN in Almelo. Op de landdagen zelf is het een allegaartje van oud-strijders uit de Spaanse Burgeroorlog, anarcho-hippies en stiekem alcohol drinkende punkers - een doorn in het oog van de stijle blauwe knoop esperantisten uit de tijd van Domela Nieuwenhuis, die hier hun vaste caravan hebben. We zien onder andere ‘Vuile Mong en zijn Vieze Gasten’. Ook Onkruit is aanwezig. Het geheel is een gezellige, beetje padvinderachtige bedoening. Best leuk.

Ergens aan het eind van deze periode proberen we nog samen met de Spuigroep en wat anderen (o.a het ‘Anarchistisch Stencil Stapel Werk’) om een Anarchistische Federatie op te richten en zodoende de krachten te bundelen. Helaas komt het altijd weer neer op een innerlijke tegenspraak binnen het anarchisme zelf: de onmogelijkheid om zich echt te organiseren wegens de angst voor overheersing. Anarchisten zijn het ook praktisch nooit met elkaar eens. Het zullen altijd losse en tijdelijke contacten zijn.

In Amsterdam zijn we steeds solidair met het kraak- en woongebeuren daar. We walgen van het politieoptreden tijdens de Nieuwmarktrellen bij het aanleggen van de metro. We zijn aanwezig bij de ontruiming van de Prins Hendrikkade, de bezetting van een pand aan de Vondelstraat en bij de ontruiming van de Grote Wetering. Ook tijdens de kroning van Beatrix zijn we aanwezig tijdens de gewelddadige demonstraties. Het is net oorlog. Ik zie me nog stenen oppakken en naar de politie gooien. Ik besef ineens dat ik niet veel beter ben dan de ME’er die er rücksichtslos op los slaat.

Het besef dat we met enkel vreedzame demonstraties ook niet veel bereiken doet ons naar hardere middelen grijpen. Wij prikken de banden door van de auto van de bekende huisjesmelker Dijkman en steken een houten brug in brand vlakbij zijn woning. Het verzamelde thuisfront bij Alma wacht in spanning af op onze terugkeer. Gelukkig worden we niet betrapt, maar het begint me wel een beetje te spannend te worden.

Het filmhuis van het Drieluik vertoont vaak alternatieve films die door onze groep graag bezocht worden. Voor 50 cent zien we onder andere het fantastische ‘Themrock’ van Faraldo en ik herinner me ook een film van Buñuel (?) waarin, eh, een ei gebakken wordt.

Onder het mom van ‘proletarisch winkelen’ lukt het Marianne en mij om heel wat dagelijkse boodschappen, maar ook LP’s en dergelijke, te stelen uit grootwarenhuizen. Vooral Marianne is hier heel goed in. Ik ben wat banger aangelegd, maar het is natuurlijk wel mooi, eh ‘meegenomen’!

Met Jan Noom heb ik regelmatig diepgaande, intellectuele gesprekken over anarchistische theorie. Op het eind kan hij me niet meer volgen. Geen wonder, ik ben verzeild geraakt in het soms onbegrijpelijke, postmoderne denken van mensen als Foucault en vooral het ‘rhizoom’ van Deleuze en Guatari. Geen vaste structuren, geen omschreven ideologie. Spontane acties doen en terug verdwijnen in de anonimiteit...Er is ook iets met hun socialisatie-theorie dat ik later in omgekeerde vorm terugvind bij Rajneesh. Ik ben ook nog heel even lid van een groepje mannen dat het werk van Klaus Theweleit onderzoekt. Ik begrijp er feitelijk niets van en haak af.

1979 - 1981 Feminisme en relatietoestanden

Behalve de harde actiekant zijn we ook solidair met de vrouwenbeweging en probeer ik als man om ook mijn vrouwelijke kanten te ontdekken. Er bestaat zoiets als een ‘mannenbeweging’, die in navolging van de Feministische Oefengroepen Radicale Therapie (‘FORT’), ook radicale therapie voor mannen mogelijk maakt. Ik doe mee met zo’n MRT-groep die bij elkaar komt in het Zandmannetje in de Zandstraat, Amsterdam. Een best wel toffe gast introduceert ons in de rondjes ‘goed en nieuw’, de wrevels, spinsels en knuffels en het ‘werken’ in deze zelfhelp-therapie. Na enkele introductie-avonden staat ons groepje op zichzelf en komen wij een aantal weken bijeen ten huize van de deelnemers. Ik ontmoet zo een paar jonge krakers die in een kraakpand wonen in Amsterdam (één van hen heet Tymo) en een heel aardige, wat oudere en vooral heel gewone CPN’er die wel eens wat anders wil dan de wat saaie en macho ‘gestaalde kaders’.

De kledingstijl verandert in tuinbroeken en overals. Geslachtsloze uniseks dus. Palestijnse sjaals (zwarte voor de anarcho’s en rode voor de socialisten) zijn ook populair in onze kringen, net als het dragen van (veel) buttons.

Uit experimenteerzucht begin ik mijn ogen op te maken met kohl en mascara. Ik kan tevens mijn mannelijke maten in de Aktieraad overhalen om ook samen een MRT-groep op te starten. De buitenparlementaire dames, inclusief Marianne, starten een FORT-groep op. Soms zijn er dus op een avond twee groepen tegelijk gaande in ons flatje. De meeste mannelijke collega’s vinden het toch ook een beetje raar allemaal, behalve René, die helemaal mee is. Met hem ga ik nog een stapje verder. Het MRT-knuffelen loopt uit in een ‘homoseksuele’ relatie, althans dat denk ik. De vriendschap is in feite niet seksueel van aard, maar wel warm en lichamelijk en ik verwar dat met seksualiteit. Zoals zovele vrouwen in de vrouwenbeweging lesbisch ‘worden’ (‘je slaapt toch niet met je onderdrukker’), zo draag ik mijn zogenaamde homoseksualiteit uit als superavantgarde revolutionair en ik speld mezelf een roze driehoek op. Het is vooral een image-ding. Als René en ik eens samen aanwezig zijn op een COC-bijeenkomst voelen we er ons allebei toch een beetje buiten vallen. Ook Johan van het Prins Bernhard-plein gelooft er geen fluit van als we daar eens met zijn tweeën op bezoek zijn.

En dan herinner ik me nog een deurklopper in de vorm van een leeuw die stiekem op mijn deur wordt geschroefd door Aktieraad-leden. Ze willen mij een macho-etiket opplakken. Ik zie niet in waarom :-). Gert Engels krijgt altijd uit andermans tuinen gejatte tuinkabouters cadeau en dat is natuurlijk helemaal niet omdat hij eerder klein van postuur is...

Marianne en ik zijn aanwezig op een bijeenkomst met Cobi Schreijer, de feministische folk-zangeres. Zij presenteert haar lp ‘Brood en Rozen’.

Ik herinner me ook een demonstratie, georganiseerd door vrouwen. René en ik lopen ook solidair mee, maar worden door een aantal vrouwen gesommeerd om helemaal achterin te lopen. Zien die vrouwen dan niet dat wij bij de ‘goeien’ horen? Ik voel me vernederd, maar durf dat niet te uiten, wegens politiek incorrect.

Leuk is ons uitje naar Kassel, waar in 1977 Documenta 6 plaats vindt. We interesseren ons allebei voor experimentele kunst en design en gaan er liftend naar toe. Ik zie ons nog op de ring rond Antwerpen staan. Als we aankomen is het belangrijkste museum, het Fridericianum, dicht en we besluiten om zelf à la Joseph Beuys een kunstwerk te maken van de dingen die we buiten het museum aantreffen: stoelen, tafels, whatever. Grappig.

Minder leuk is onze trip naar Kopenhagen. Ook hier gaan we liftend en zwartrijdend naar toe. We willen voornamelijk de vrijplaats Christiania bezoeken. Dat valt behoorlijk tegen, want de anarchistische commune-broeders staan ons helemaal niet hartelijk te verwelkomen. We kunnen ook nergens slapen en moeten een (duur!) hotel nemen. Het is een harde, armoedige samenleving, waar vooral op grote schaal drugs gebruikt en verkocht worden. In het Woodstock café zitten de dealers met kilo’s hasj en dikke portefeuilles hun waar te verkopen. Het ziet er zeer kapitalistisch en decadent uit. De ruimte is bezwangerd met de hasjrook van tientallen chillums. In Kopenhagen proberen we verder nog een een bezoek te brengen aan Suzanne Brøgger, de schrijfster van ‘Verlos ons van de liefde’ en één van onze helden. Helaas (?) is ze niet thuis. Voordat we de overtocht maken naar Kopenhagen overnachten we nog in Lübeck. We zijn daar dacht ik precies op oudejaarsavond (‘Sylvester’) en vieren het met collega freaks in een café dat ‘Die Alternatieve’ heet.

René en ik versieren samen (?) een 15 jarig meisje dat fan is van The Cure en wel eens met onze acties meedoet en doen een ‘triootje’. Eigenlijk maken we een beetje misbruik van haar naïviteit. Wij zijn ouder en hebben een zeker overwicht. Het heeft niet lang geduurd, een paar weken maar, voor ik het meisje dump. Ik voel me schuldig en terecht. In feite heeft René gewoon een vaste vriendin: Cobi en ik vrij met Marianne en later ook met Mattie en Anne. Soms ben ik wel jaloers als René overduidelijk zijn relatie met Cobi belangrijker vind dan die met mij, hoewel ik dat heel goed snap. Ik besef heus wel dat de hetero-relaties die wij hebben primair zijn en ook ‘echter’. Als excuus zeg ik dat het ‘politiek’ niet klopt...

Een ‘triootje’ met Marianne loopt voor mij ook niet leuk af. René houdt zich meer bezig met Marianne en andersom. Ik ben hier duidelijk het derde rad aan de wagen. No fun.

Het feit dat Marianne en ik meerdere relaties naast elkaar kunnen hebben, hebben we samen afgesproken. We vinden dat het ‘moet kunnen’ en in dit geval ben ik de eerste die de daad bij het woord voegt. Marianne volgt een paar weken later.

alt