Lijnbaan

1982-1984 Lijnbaan 59, Krommenie

1979 - 1982 Voorbereidingen woongroep Krommenie

Ons leventje als ‘gezin’ bevalt ons steeds minder. Het zou toch veel beter en gezonder zijn als we huishouding, de opvoeding van en de zorgen rond Asha zouden kunnen delen met meerdere mensen. Een echte commune zien we niet zitten, wegens te weinig privacy, maar iets er tussenin lijkt ons ideaal. Als er dan een advertentie verschijnt in de Zaanse Gezinsbode van ene Mattie Hooghiemster voor het oprichten van een Centraal Wonen-groep melden we ons onmiddellijk aan. Bij de kennismakingsvergadering op de woonboot van Mattie aan het Kalf zijn de volgende mensen aanwezig: ik en Marianne, Mattie, Félice Vermeire met haar zoon Nils en het koppel Kees en Caroline. Ik weet niet meer of Elsje Jansen, Els Hansen, Jeanette Groot of Marjolijn Hof al aanwezig zijn, maar ik dacht van niet. Zij zullen later de club vervoegen, net als Anne.

Al gauw zijn we bezig met het maken van concrete plannen. We besluiten om te proberen om een woningbouwvereniging in de hand te nemen die ons project moet realiseren. De Volkswoning in Krommenie wil wel met ons in zee. Er worden een aantal vergaderingen belegd met mensen van de gemeente, de Volkswoning en afgevaardigden van onze groep. Een vragenlijst wordt opgesteld waarin we onze wensen zo concreet mogelijk moeten voorstellen, tot en met het soort wc-potten dat we willen: vlakspoelers of diepspoelers. Er worden budgetten opgesteld en zelfs het soort tegeltjes dat in de badkamers moet komen is van belang. Uiteindelijk zal de bouw beginnen op een terrein aan de hoek Zonnelaan-Lijnbaan (59) in Krommenie. Alle volwassen bewoners krijgen binnen het gebouw een eigen ruimte inclusief douche en wc die afsluitbaar is met een echte buitendeur. Tegelijkertijd is er voor iedereen toegang tot de gemeenschappelijke ruimten die we ook gezamenlijk moeten onderhouden. Er zijn ook een aantal kleinere ruimten voorzien voor kinderen en logés en er is een ruime binnentuin.

Tijdens een meeting van Mattie en mij wordt het duidelijk dat we beide verliefd op elkaar zijn en vallen in elkaars armen. Diezelfde dag gaan we samen naar de Fluitekruidweg om Marianne op de hoogte te brengen. Een hele emotionele toestand. Een paar weken later heeft Marianne óók een tweede relatie, namelijk met Willem (?), een jongen met lang blond haar, die wel eens mee doet met onze acties. Overigens zijn Marianne en ik al sinds 30 maart 1979 gescheiden. We vinden dat dit beter bij onze situatie past en scheiden in onderling overleg, geholpen door een gemeenschappelijke advocaat. We krijgen beide het co-ouderschap over Asha.

Mattie is een anthroposofe en doet haar kinderen Geeske en Jormen naar de Steinerschool. Ze is ook verbonden aan de School voor Filosofie in Amsterdam. Ze heeft daar een vriend met wie ze ook soms slaapt. Ik wissel mijn relatie met Marianne af met die met Mattie en ik maak menig ontbijtje mee op haar woonboot en luister naar Equinox van Jean Michel Jarre. Er wordt daar ook nog een interview gedaan met de Zaanse Gezinsbode over het Centraal Wonen Project. Mattie krijgt er op de koop toe ook nog een lesbische relatie bij, waarvoor ze me uiteindelijk zal dumpen.

De relatie van Marianne met Willem duurt niet zo lang. Daarna krijgt ze een relatie met een illegale Marokkaan, Faris. Deze gast wil niet dat Marianne ook nog met mij vrijt en zij gaat daarmee akkoord. Marianne komt me dus op een middag zeggen dat ze geen seksuele betrekkingen meer wil met mij. Ik ben daar kapot van en zuip een halve fles citroenjenever leeg...Maar ook deze relatie zal niet zo lang duren, waarna ze kennis maakt met Ben Salah, die best een geschikte gozer is.

De woongroep zelf maakt ook een aantal veranderingen door, waarbij mensen afvallen en er nieuwe bijkomen. Met de groep doen we onder andere een ‘proefkampeervakantie’. Ik weet niet meer waar we verblijven. Cees en Caroline vallen af, wat ik erg jammer vind. Cees is, op mij na, de enige geïnteresseerde man, een onderwijzer met heel lang, stijl rood haar. Marianne zal er nog een tijdje een relatie mee hebben.

Ondertussen is ook Els Hansen van de partij. Een grote, struise en joviale vrouw die een stukje ouder is. Ik geloof dat ze maatschappelijk werkster is. Ze heeft moeite om relaties met mannen aan te knopen en heeft, zo blijkt later, een alcoholprobleem.

En ook kinderarts Jeanette Groot, een grijsharige, vriendelijke lesbienne, komt de rangen versterken. Als laatste groepslid wordt Anne Windmeier geïntroduceerd. Anne komt net uit een psychiatrische toestand en is enigszins labiel, maar klinkt heel positief en enthousiast.

Ik ga met Mattie op fietsvakantie naar Ierland. Eerst met de trein naar Vlissingen en vandaar naar Londen met de ferry, dan door naar Wales en fietsend naar Fishguard. Daar nemen we de ferry naar Rosslare in Ierland. We fietsen een stuk door het zuiden van Ierland en nemen in Waterford de bus naar Limerick. Van daar af fietsen we naar Lisdoonvarna om aanwezig te zijn op het driedaagse folkfestival aldaar. Vlakbij zijn de Cliffs of Moher bij Lislarkin. Ik weet nog dat ik enkel liggend in de buurt van de afgrond kan komen. Zeer indrukwekkend. We hebben praktisch elke dag mooi weer. Behalve een paar dagen regen. Om te kunnen douchen blijven we een paar dagen op een camping. Voor de rest is het wild kamperen. Fish en chips eten. In Limerick eten we bij de chinees. Die Chinezen zijn overigens de enige immigranten die we in heel Ierland tegenkomen. Vreemd! Van de terugreis weet ik zo goed als niets. Ik weet wel dat opnieuw rechts rijden moeilijker is dan leren links te rijden.

De woongroep brengt een bezoek aan één van de bekendste Centraal Wonen-projecten aan de Hilversumse Meent.

Op een ultieme vergadering in het ouderlijk huis van ‘grote Els’ worden de feitelijke bewoners gekozen. Marjolijn is er hier voor het eerst bij. Marjolijn is bibliothecaresse en de benjamin van het stel. Mattie valt af omdat de anderen in de groep vrezen dat ze een te groot ‘Steinerstempel’ zal drukken op de kinderen. We vinden haar ook nogal bazig. Een van de meest gênante momenten uit mijn leven. Ik ben er beslist niet trots op en voel me behoorlijk schuldig. Met Mattie was het uiteindelijk allemaal begonnen...

Marianne brengt Ben Salah en ook Anne brengt een Marokkaan in de groep: Aziz. Ze zijn geen volwaardige groepsleden, maar krijgen toch een eigen kamertje in ons gebouw. Een tijdje later zal Marianne een relatie krijgen met Aziz.

Als de bouw klaar is kunnen we verhuizen. Inschrijving is op 4 januari 1982. Onze verhuizer is helemaal in het rood gekleed en draagt een ketting met een foto van Bhagwan Shree Rajneesh om zijn nek. Ik vraag hem waarom. Omdat Bhagwan zo’n gevoel voor humor heeft, is het antwoord. Intrigerend. Niet een antwoord dat ik verwacht had...

Ik ben al een tijdje bezig met het lezen van onder andere Ram Dass, Gurdieff, Krishnamurti en vooral Carlos Castaneda. Van deze spirituele leraars begrijp ik dat er een toestand bestaat die dieper gaat dan het normale waakbewustzijn, dat gevuld is met wanordelijke en soms gewelddadige gedachten. Die toestand wordt ‘Verlichting’ of ‘Ontwaakt’ zijn genoemd...

Krishnamurti is subliem, maar zo extreem, dat ik uit frustratie een boek van hem door de kamer smijt (op de woonboot van Mattie). Hij geeft namelijk geen enkele methode om de toestand van ‘ontwaakt’ zijn te bereiken. Je moet het gewoon ‘zien’ en dat is alles. Van Gurdieff onthoud ik dat het klaarblijkelijk enorm moeilijk is om mijn aandacht langer dan een paar seconden gericht te houden op iets. En Castaneda maakt in mij het verlangen wakker om ook ‘begeleid’ te worden door iemand als Don Juan, iemand die zelf de weg gegaan is en zijn kennis wil overdragen. De enige die in aanmerking komt is Bhagwan, maar tegelijkertijd ben ik van mening dat iemand als Bhagwan enkel slechte bedoelingen kan hebben. Een kapitalistische, patriarchale uitbuiter. Ik moet er niets van hebben.

Tijdens de bouw is Elsje Jansen met haar zoon Bas erbij gekomen. Om verschil te maken tussen de twee Elsen, noemen we Els Hansen ‘Grote Els’.

Op de benedenverdieping komen Félice en Elsje te wonen. Op de eerste verdieping wonen Marianne, Jeanette, Anne, Asha, Ben Salah en Aziz. Op de bovenste verdieping wonen Bas, Nils, Marjolijn, Els en ik. Mijn kamer verf ik helemaal wit, inclusief de vloer. De vloer bestrooi ik, als de verf nog nat is, met glitter. Echt prachtig! Helaas ben ik vergeten dat een dergelijke vloer heel snel vuil wordt en moeilijk schoon te houden is. Accenten maak ik door de witte kasten te voorzien van zwarte strepen. Een bureautje verf ik ook zwart met een turkooizen streep. Heel zen en ‘design’ allemaal (en heel ongezellig).

In een soort alkoof bouw ik een ‘stad’ van conservenblikken in allerlei maten. Ik heb zelfs een zwarte, gebreide trui met witte bliksemschicht die helemaal bij de kamer past. Très new wave.

Het kamertje van Asha krijgt van mij een blauwe wolkenhemel...en om de week brengen Marianne, ik of Elsje onze kinderen naar de Leef/ Werk school in Amsterdam.

Al vrij snel als wij er wonen komt er een ambtenaar van de sociale dienst op bezoek. De meesten van ons leven van een uitkering. Onze woonvorm komt niet in het boekje voor en ze vragen zich af of wij nu met zijn allen samenwonen of wonen we ieder zelfstandig? Gelukkig wordt op grond van onze afsluitbare woonruimten beslist voor het laatste en kunnen we allemaal onze uitkeringen behouden.

Ik koop het boek ‘Marijuana Grower’s Guide’ en start een kleine plantage van zo’n acht planten in mijn kamer op de plek waar eerst mijn ‘concervenstad‘ stond. Ik kan de belichting regelen met een stel tl-lampen die ik gemonteerd heb op een houten plaat die ik omhoog en omlaag kan doen. De lampen zijn verbonden met een timer, zodat ik perfect het aantal uren licht kan regelen en zelf de bloei kan inzetten.

Ik verbeeld mezelf dat wiet een heilige plant is analoog aan wat de psychedelische planten betekenen voor Castaneda. Ik heb zelfs een naam verzonnen voor mezelf: Dr. Weed. Pipedreams...

Ik voel me vaak heel eenzaam en verloren in mijn witte zenkamer (muziek: Fischer Z - Red Skies over Paradise).

Marianne vraagt me, surprise!, voor een date. Ik neem wraak door te weigeren. Dat voelt enorm goed! De rekening is vereffend.

Ik loop over straat in Krommenie en besef ineens dat ik ‘zoekende’ ben. Ik zoek naar, ja naar wat? Ik weet het niet.

Al heel snel wordt ik verliefd op Anne. Ik weet nog dat de rits van haar broek niet helemaal sluit en een stukje van haar buik bloot laat. Haar onschuldige nonchalance en aanstekelijke positiviteit zijn onweerstaanbaar. Ze is ook heel leuk met de kinderen. Ik herinner me dat Asha jarig is en dat Anne een heel ding in elkaar heeft gezet met liedjes over konijnen. Ik weet ook dat Marianne behoorlijk jaloers is op haar. Het zal nooit echt boteren tussen die twee. Anne neemt me wel eens mee uit eten en flipt op mijn armoede-bewustzijn. Ik vind dat allemaal veel te duur en kan het niet behappen en uit een soort mannelijke trots kan ik het ook niet goed hebben als ze mij trakteert. Anne wil ‘leuke dingen‘ doen en ik snap daar niets van. Ik vind dat maar ‘oppervlakkig’. Ik neem mijn relatie met René ook veel te serieus, iets wat haar verdrietig maakt. Tenslotte breekt ze met mij. Ik vind dat heel erg. (Anne krijgt later een relatie met ene Jan, waarmee ze ook kinderen zal krijgen en heel gelukkig is. Veel later zal ik horen dat Jan verongelukt is en dat Anne kort daarna haar eigen leven heeft genomen.)

Tijdens een bezoek van Anne en ik aan de Kosmos kom ik daar nog iemand tegen in het rood met een mala om. Ook deze gast vind ik heel intrigerend. We komen wel vaker in de Kosmos om de sauna te bezoeken. De eerste keer is best spannend, net als een eerste bezoek aan het naaktstrand.

Ik begin uiteindelijk toch de boeken van Rajneesh te lezen en val van de ene verbazing in de andere. Hij maakt korte metten met ideeën waar ik tot nu toe heilig in heb geloofd, zoals’ socialisme’. Ik heb een glazen aquarium op de vloer staan en daarin deponeer ik de symbolen van praktijken en ideologieën zodra ze door de mand gevallen zijn. Ik schrijf bepaalde uitspraken heel groot met viltstift op de muur van mijn kamer. Ik besluit dat ik die man wel eens wil ontmoeten en maak een bezoek aan het Rajneesh-centrum in Amsterdam. Het centrum is op een boot en heet Amitabh, wat ‘oneindig licht’ betekent. Ik vraag aan de centrumleidster of Bhagwan wel eens naar Nederland komt. Nee dus. Ik moet naar hem toe, zegt ze. Ik zeg dat ik dat belachelijk vind. Ze glimlacht alleen maar...

Ondertussen doen we een aantal schitterende feesten in onze gemeen-schappelijke ruimte! Wat echter niet zo goed gaat is de algemene indruk van de vrouwen in de groep dat ik qua schoonmaken en dergelijke nogal wat steken laat vallen. Ik heb daar inderdaad niet zoveel zin in. In het schrift dat we bijhouden schrijft elke dag de verantwoordelijke voor die dag zijn/haar opmerkingen, observaties en ergernissen. Na een tijd staan er relatief veel bittere en bitse dingen in. Ik voel dat ik als enige man in de groep de pispaal aan het worden ben...

Na mijn relatie met Anne slaap ik regelmatig met Elsje. We hebben geen relatie, maar vinden het gezellig om zo nu en dan bij elkaar te slapen.

Tijdens een ander bezoek aan de Kosmos (de wekelijkse swingavond), samen met enkele mensen van de woongroep, heb ik een diepgaande spirituele ervaring. Ik heb er wat wiet gekocht van de huisdealer in het theehuis en steek een joint op. Het spul werkt helemaal niet goed uit en ik wordt heel bang, zelfbewust en paranoïde. De angst wordt steeds sterker, tot ik helemaal verstijfd ben, compleet vervreemd en in mijn hoofd. Dan ineens slaat het compleet om. Ik voel me volledig vrij, volledig helder en volledig aanwezig in mijn lichaam. Het voelt wonderbaarlijk. Mijn ‘mind’ en mijn lichaam lopen precies synchroon. Lopen, zitten, ademhalen, alles gaat twijfelloos zoals het moet gaan. Ik loop een tijdje rond in het gebouw. Slechts één iemand zit op dezelfde golflengte als ik en we glimlachen naar elkaar in wederzijdse herkenning. Alle andere mensen zitten zichtbaar in hun hoofd en zijn enkel met zichzelf bezig. Zelfs als ze met elkaar praten, praten ze niet met elkaar, maar tegen elkaar, als robotten die hun programma afdraaien. Ik besef dat ik dat normaliter ook doe, net als iedereen. Ik besef ook dat mijn grootste bezorgdheid bestaat uit wat mensen van mij zullen denken, zelfs als ik alleen ben! Maar nu niet. Ik heb de indruk dat ik precies kan zien wat mensen denken en geniet enorm van mijn toestand. Pas bij het naar huis gaan slaat de twijfel toe: hoe kan ik in deze toestand omgaan met mijn huisgenoten? Die snappen hier niets van. De twijfel brengt weer angst voort en binnen de kortste keren ben ik weer gewoon neurotisch en ‘onverlicht’. Ik heb daarna nog lang geprobeerd om opnieuw deze toestand te beleven, maar zo werkt het natuurlijk niet...

De kinderen doen het in de groep heel erg goed. Nils en Bas zijn praktisch even oud en aan elkaar gewaagd. Ik herinner me dat ze fan zijn van Doe Maar en van Duran Duran. En Star Wars! Van Bas herinner ik me ook nog het mopje van de ‘champignonnetjes’.

Asha is wat jonger en is helemaal verzot op stripverhalen. Vooral Billie Turf. Ze kan de figuren uit die strip perfect nadoen. Ik hoor haar soms hele verhalen in haar eentje naspelen, waarbij ze voortdurend in haar eigen praat. Dat verontrust me wel een beetje, maar tegelijk denk ik dat de oorzaak in haar gehoorstoring ligt en besluit om er gewoon geen aandacht aan te geven en er geen ‘drama’ van te maken. En van Jeanette, geholpen door de andere dames, krijgt Asha een echt Kwel-pak! Ik vermoed ook dat het spelen van de razende meester Kwel voor een broodnodige uitlaadklep zorgt...

Asha heeft nog wel in ‘82 een laatste pharynx-operatie. Asha aan het woord: “het viel me heel erg tegen. Ik kon mijn nek niet bewegen, deed erg zeer, niet goed praten, want mondhoeken waren gescheurd, slikken deed heel erg zeer, werd steeds ‘s nachts wakker gemaakt om te drinken en had een infuus die steeds verstopte. Schoonmaken deed pijn en ik moest 1 tot 2 dagen na de operatie de hele dag slijm spugen. Ik was boos dat het veel erger was dat dan ze me verteld hadden. Van mam moest ik op een kussen slaan om die boosheid kwijt te raken. Als ik pijn had of ongemak werd ik (en word ik) heel sacherijnig... het litteken kan ik nog voelen. Ik kreeg wel van school een heleboel kaarten en toen ik thuiskwam was er een welkomstfeestje; dat was heel leuk.”

Voor Asha haar Lego maak ik een maanlandschap van multiplex en gips. Het kan zijn dat de jongens er ook mee spelen.

BTW, één van de leukste herinneringen uit de woongroeptijd is het fenomeen ‘troetelbad’. Als iemand jarig is wordt het ligbad klaargezet, met waxinelichtjes, lekkere hapjes, een drankje, muziek...

1982 - 1984 Sannyas in Krommenie

Ik ga een week door Nederland fietsen en neem een boek van Bhagwan mee. Tijdens de reis wordt het steeds duidelijker dat ik ook sannyasin wil worden. Het boek ‘Oorspronkelijk Gezicht’ van Amrito heeft denk ik mede een rol gespeeld. En ook het feit dat Bhagwan absoluut niet politiek correct is en schuine moppen vertelt. Het is die vrijmoedigheid, het zich van niemand iets aantrekken (en natuurlijk de belofte van ‘verlichting’) dat mij enorm aanspreekt. En toch blijf ik me verzetten en het hele gebeuren in vraag stellen. In Arnhem maak ik een concert mee van John Watts, de zanger van Fischer-Z. Ik voel me eenzaam.

Uiteindelijk zie ik in dat ik zelf geen antwoorden meer heb en geef het verzet op. Ik leg bewust mijn leven in de handen van Rajneesh.

Ik heb afscheid genomen van de Aktieraad. Ik voel me totaal niet meer thuis in die leefwereld. Alleen René steunt mij hier in. De anderen begrijpen er, denk ik, niet veel van.

Om sannyas te nemen maak ik een afspraak met ‘Acharya’ Niketana in het Rajneesh meditatiecentrum Amitabh, dat nu gevestigd is in een pand aan de Prinsengracht. Kennelijk vertrouwt Niketana het niet, want hij vraagt me om eerst een aantal Rajneesh meditaties in het centrum te komen doen en daarna pas een beslissing te nemen. Ik moet ondertussen ook rode kleren gaan dragen.

Ik volg drie weken lang elke dag de meditatiecursus in het centrum bij een vrouw die Nishanto heet. Ik leer alle belangrijke Rajneesh-meditaties te doen. Ik verf al mijn kleren rood. Tegelijk kijk ik enorm op naar al die ‘ervaren’ sannyasins, die mij trouwens geen blik waardig gunnen, omdat ik nog niet ‘echt’ bij de club hoor...Ik herinner me nog dat onder andere Urja hier rond hangt.

Ik breng dikwijls een bezoek aan een kleine sannyascommune in Bergen aan Zee. Hele lieve mensen. Ik hoor daar ook voor het eerst over de therapiecommune Grada in het nabijgelegen Egmond aan Zee. Er gaan wilde verhalen de ronde over die plaats. In Bergen maak ik ook de lichtjesavond mee, waarbij de mensen hun huizen en tuinen versieren met waxinelichtjes. Echt prachtig! Samen met de ‘residents’ worden er dingen op de wekelijkse markt verkocht. Een koppel (Shunyam en ?) verkopen er handgemaakte grappige beeldjes. Ik verkoop zelfgemaakte reproducties van Tarotkaarten.

Na mijn ‘inloopperiode’ krijg ik het ok van Niketana om een brief te schrijven naar Bhagwan om mijn discipelschap aan te vragen en een nieuwe naam en een mala te krijgen. Een tijdje later krijg ik een brief terug van Ma Anand Sheela dat ik sinds 16 januari 1983 voortaan als Swami Pantha Chinmayo (heer van het pad van/naar bewustzijn - oftewel ‘verdwaald in onbewustheid’) door het leven kan gaan. Bij Amitabh kan ik mijn mala ophalen. Jammer dat het zo’n nieuwe is van plastic en niet met hout rond de medaillon... De echte ceremonie vindt plaats in Heerde in de grote commune daar. Ik heb ook mama uitgenodigd, die gelukkig in een goeie periode zit. Je kunt zeggen wat je wilt over haar, maar ik ben best trots op haar dat ze er bij wilt zijn!

Asha vindt het hele sannyasgedoe ook heel spannend en ook zij wilt graag ‘sannyas nemen’. Uiteraard snapt ze niet echt waarover het gaat, maar de vrolijke bende in het rood geklede mensen trekt haar wel aan. De ceremonie van Asha, die daarna Ma Anand Patanga (‘blissvlinder’) mag heten vindt plaats in Amitabh. Ik geloof dat behalve Marianne nog andere mensen van de woongroep aanwezig zijn. Er is muziek en dans en voor Asha/Patanga wordt het liedje ‘Roodborstje tikt tegen het raam’ gespeeld. Op school doet ze haar verhaal over het gebeuren en juf Renée verwittigt iedereen dat Asha nu Patanga heet.

By the way, ik neem het feit dat ik een nieuwe naam heb heel ernstig en verlang/eis van iedereen om mij heen om mij ook daadwerkelijk zo te noemen. Niet iedereen in de woongroep kan mijn nieuwe levensinstelling waarderen en soms is er sprake van openlijke vijandigheid. Niet leuk.

Mijn eerste therapiegroep doe ik met Ma Prem Asha in de grote Sadhana commune in Amsterdam. De commune woont in een verbouwde gevangenis. Ik kies deze groep puur op de naam van de groepsdleidster. Zij was ooit de vriendin van ene Veeresh hoor ik later. Het is een weekendgroep en we doen allerlei structuren. Bij één van die structuren moeten we ons helemaal uitkleden en gaat het licht uit. Ga je gang, doe wat je wilt zegt Prem Asha. Strelende, in elkaar gestrengelde, warme, anonieme lichamen. Fantastisch! Helaas duurt het maar een half uurtje.

Aan het eind van de groep is er een evaluatie. Ik zit daar een beetje arrogant te zitten in mijn djellaba, die ik nog van Anne gekregen heb. Ik vraag Prem Asha wat ik hierna zou moeten doen. Zij zegt dat ik eigenlijk drie weken lang de Dynamic zou moeten doen, maar dat ik dat niet zal doen. In plaats daarvan zou ik nog maar een joint opsteken en er eens over nadenken. Doing! Ze slaat exact de spijker op zijn kop! Na de groep komt Marianne mij ophalen en doe ik op mijn kamer 21 dagen lang de dynamische meditatie, ik kan mezelf anders niet in de spiegel aankijken. Mijn mede-woongroepgenoten, met name mijn buurvrouw Marjolein zijn uiteraard minder te spreken over het ochtendlawaai dat ik maak...Overigens doen vaak een aantal groepsleden mee met mij. De kinderen doen enthousiast mee met de gibberish meditatie! Het kan dat Marianne daarna ook een groep gedaan heeft. Ze vindt het in ieder geval wel interessant.

In de zomer vindt in Oregon het tweede wereldfestival plaats. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk sannyasins daar naar toe gaan. In het meditatiecentrum wordt er flink voor gelobbyd. Ik wil wel, maar ik heb geen geld. Ze zeggen dat dat geen excuus is en dat ik anders Bhagwan maar een brief moet schrijven waarin ik uitleg waarom ik niet kan komen. Ik vind dat ik inderdaad niet kan aankomen met zo’n stom excuus en geef in aan de emotionele chantage. Het resultaat is wel dat ik in no-time genoeg geld bij elkaar heb voor een retour naar New York, de Greyhound-bus naar Portland en een week verblijf in Rajneeshpuram. Ik kom onder andere aan de poen door van iedereen in huis geld te lenen - geld dat ik overigens nooit teruggegeven heb… Wel moet ik nog een visum regelen bij de Amerikaanse ambassade. Ik ben bang dat mijn anarchistische verleden mij parten gaat spelen, maar dat is gelukkig niet zo (en stiekem vind ik dat nog jammer ook...).

In het vliegtuig zitten nog een paar sannyasins op weg naar het festival. Ik ken ze niet. Na aankomst op het vliegveld vraagt de douane honderd uit en informeert of ik genoeg geld bij me heb en daarna neem ik een taxi naar New York. De huizen in de buitenwijken zien er vreemd bekend uit. Ik krijg een soort déjà vu gevoel. In New York ga ik naar de YMCA op 47th Street. Ik moet een nachtje blijven, omdat de Greyhound pas de volgende dag vertrekt. Ik weet niet meer hoe ik dit allemaal heb uitgezocht. Misschien wel niet en doe ik alles op goed geluk. Het kamertje in de YMCA is klein en duur (de dollar gaat voor f3,50!). Het kleine raampje ziet uit op een blinde muur. Rondlopen in Manhattan. 5th Avenue. Er liggen mensen op straat. Dronken? Dood? Iemand waarschuwt mij om niet in bepaalde wijken te komen, wegens veel te gevaarlijk. In een boekhandel in wat laagbouw krijg ik weer een gevoel van déjà vu. Ook één van de wolkenkrabbers komt me bekend voor. Het is een oud gebouw met veel gebroken ramen. Ik fantaseer dat ik in een kamertje achter zo’n raam in de jaren ‘30 heb gewoond en daar diep verzonken ben in esoterische studies. Ik vind de stad vies en lawaaierig, maar ook fascinerend. Voetgangers lopen als robots in colonne door de straten. Het is er tot diep in de nacht precies even druk als overdag en de helft van de auto’s is een ‘yellow cab’.

De volgende dag naar de Greyhound-garage (Port Authority Bus Terminal), hoek 41st en 8th Av. Dan drie dagen en nachten onderweg naar Portland. Onderweg stoppen in Chicago en Cleveland. Eten in Burger Kings, waar ik voor het eerst van mijn leven eet van een saladbar. Door de prairie. Links niets, rechts niets. Eindeloos. Langs Salt Lake City. Van de aankomst kan ik me niet veel meer herinneren. Ik overnacht met nog wat sannyasins in een motel langs de weg. De tv heeft tientallen stations met op elk kanaal om de 10 minuten reclame. Afschuwelijk! We bezoeken in onze rode kleren en mala’s ook nog een plaatselijk café waar we benaderd worden door een ‘redneck’ die ruzie zoekt. Hij zegt ons: “you ain’t no Christians”. De eigenaar pakt een geweer en jaagt hem weg terwijl hij zegt: “ in my place no bigotry!”.

De volgende dag worden we opgehaald door één van de (ex-school-) bussen van de Buddhafield Transport van de ranch. Na een tocht door de kale bergen komen we aan in ‘Rancho Rajneesh’. Daar worden we verwelkomd en krijgen we instructies. We worden begeleid naar één van de duizenden tenten, waar we met 2 of 3 (?) in moeten slapen. Op het hoofdkussen ligt een tekst: “Welcome beloved”.

Elke ochtend om 8 uur is er Satsang in de Buddhahall. Ik erger me aan de mensen, die nadat ze hun schoenen hebben uitgedaan, naar binnen hollen om de beste plaatsen in te nemen. Bhagwan is in stilte, maar beweegt wel mee met de muziek. We doen de Gatchami’s. Best indrukwekkend als je dat met een paar duizend mensen tegelijk doet. Aan het eind van de satsang (“a silent heart to heart communion with the master”), wordt er gezongen en zijn er mededelingen. Sheela somt een keer een hele reeks namen op van sannyasins die ‘verlicht’ verklaard zijn. Ze krijgen ronkende titels zoals Sambuddha Swami Anand Blablabla, Acharya, etcetera. Na de satsang is er de ‘drive by’, waarbij we allemaal langs de weg staan en ‘namasté’ doen als Bhagwan voorbij komt in één van zijn Rolls Royces.

De ranch zelf is compleet overweldigend. ‘We’ hebben zelfs een vliegveld! Ik vind het ook niet meer dan normaal dat er security rondloopt met machinegeweren. Er is al eens een bom ontploft in een hotel vlakbij en in India is er al eens een aanslag gepleegd op Bhagwan. Het eten is ook geweldig. Ik herinner me nog het vegetarische, naar bacon smakende bijgerechtje. En ook de geur van de woodchips die op het eetterrein op de grond liggen. Maar ondanks al die mensen en al die vrolijkheid voel ik me meestal zeer eenzaam. Ik heb ook praktisch geen geld om ‘s avonds uit te gaan in de disco’s. Alles is schrikbarend duur. Er is een Hollandse ma, Ushma genaamd die ik vaag ken uit Amitabh en ik geloof dat we een keer gezoend hebben. Verder niets.

Ik sta in een kantoor een keer naast de beroemde Ananda Teertha, Bhagwans ‘plaatsvervanger’. Een grote man. Ik ben bang van hem, zoals ik bang ben voor al die bekende namen. Ik maak ook met een groep mensen een wandeltocht door de bergen. Ik heb een gesprek met Swami Ramses Shaffy over het hebben van schulden. Hij heeft ook veel schulden, veel meer dan ik (iets van 100.000 gulden!), maar maakt zich daar absoluut geen zorgen over. Verbazingwekkend! Toffe gast!

Bij de terugreis ben ik helemaal blut. Ik heb alleen nog een paar dollar om onderweg af en toe wat te kunnen eten. Ik maak kennis met wat sannyasins in de bus en die nemen mij bij aankomst in New York naar hun villa een eindje up state. De volgende dag naar JFK. Daar eet ik in het restaurant wat mensen hebben achtergelaten op hun borden. De reis stopt in Brussel Zaventem om een uur of 10 ‘s avonds. Er gaat geen trein meer naar Amsterdam, laat staan Krommenie. Ik kom liftend niet verder dan Eindhoven en ga op zoek naar een sannyascentrum. Dat lukt niet. Het enige wat nog open is is een home voor daklozen. Hier krijg ik een bed en een stapel boterhammen. Er is ook een groepje mannen daar die continu door Nederland reizen in een autootje, van de ene home naar de andere. Ik luister naar hun verhalen. De volgende dag lift ik naar huis.

Tijdens een ander festival blijf ik een paar dagen in de grote commune in Heerde (of is dat in dezelfde tijd als mijn sannyasceremonie? ik weet het niet meer). Mijn dure slaapzak wordt er gestolen en ik maak een ‘optreden’ mee van Santosh, de bekende dehypnotherapeut. Hij zit op de vloer van de verhoging en spreekt langzaam de menigte toe. De zaal is stil... Het regent... “Just listen to the rain...”, zegt hij. We doen onze ogen dicht en luisteren naar de regen...

Dat doet me denken aan een boek dat ik in die tijd aan het bestuderen ben: “In de ban van je kinderbeelden” van Siddharta. Ook dat gaat over dehypno-therapie. De groepen met Santosh duren vaak 3 maanden en zijn peperduur. Soms vinden ze plaats op boten in Kashmir, zoals ik me kan herinneren van brochures.

Ik leer rebirthing bij één van de top-rebirthers in Nederland. Hij was één van de eerste die rebirthing naar Nederland bracht. Arrogante gast, die zijn guru (Babaji) oneindig veel beter vindt dan Bhagwan, want, ach, van dat kaliber, lopen er zovéél rond. Anyway, ik doe een aantal sessies bij hem. Een keertje betaal ik de sessie met het schilderen van een kastje. Rebirthing is heel vreemd in het begin: in een foetus-houding terechtkomen, kramp in mijn handen en armen, kramp rond mijn mond en moeilijk kunnen praten. Het tintelen overal. Het effect ervan is moeilijk in te schatten, maar ik besef wel dat het een zeer krachtig instrument is. De bedoeling is om 10 sessies te doen, maar ik doe ze niet allemaal, wegens te duur en wegens weerzin naar de trainer. Ik vind ook dat de begeleiding minimaal is. Hij zit gewoon naast mij en zegt of doet niets. Ik lees het boek van Jim Leonard en Phil Laut: ‘Rebirthing, The Science of Enjoying All of Your Life’ en (ik denk) ook het boek van Sondra Ray: ‘Liefdevolle relaties’.

Asha en ik doen tevens een weekendgroep met groepsrebirting in Frankrijk (Angoulème). We gaan er met de trein naar toe. Asha doet geen rebirthings, maar wordt wel opgevangen. Tijdens één van de sessies heb ik de eigenaardige gewaarwording dat er iemand zijn hand op mijn borst legt, terwijl er helemaal niemand is. Een deelnemer zegt achteraf dat hij zo ‘open’ geworden is en of wij dat ook zijn. De man is duidelijk fake. Hij weigert ook om mij en anderen een lift te geven. Ik weet niet of dit nu ‘opkomen voor jezelf’ is of gewoon botheid...Nou ja, ik voel me in ieder geval teleurgesteld.

In Heerde doe ik ook een rebirthing-sessie en nu hoor ik duidelijk water ruisen, terwijl niemand anders dat hoort. Herinnerde geluiden uit de moederschoot? Ik heb al verhalen gehoord van mensen die tijdens een sessie het verdovingsgas uitademen dat gebruikt is bij een keizersnede. En ook een groep met warm-water-rebirthing heb ik gedaan, geleid door een struise Ierse. Voor mij vreemd is het zingen van New Age-liedjes, zoals “The river is flowing”. Ik vind dat een beetje flauwekul.

Mijn meest vreemde ervaring met rebirthing heb ik terwijl ik de techniek voordoe op de kamer van Marianne. Zij zet ook nog de lp ‘Adem’ op van Ellie en Rikkert Zuiderveld. Het is de eerste keer dat ik zonder begeleiding een rebirthing doe. Ik lig languit op de grond met mijn armen wijd en ineens hoor ik allerlei geluiden. Ze zijn spijkers door mijn handen aan het slaan, maar ik voel geen pijn. Ik voel wel het bloed vloeien. Ik hoor ook bijbelse namen roepen. Fantaseer ik dit? Ik word heel erg bang en zorg dat ik weer normaal ga ademhalen. De angst gaat niet weg, integendeel, ik word behoorlijk paranoïde en maak me zorgen om de gedachte dat het misschien wel eens waar zou kunnen zijn: ik ben de reïncarnatie van Christus! Ik krijg het niet verwerkt en bel de Grada Hotline of ik zo snel mogelijk langs mag komen. Ik kan de volgende dag komen. Gelukkig is mijn angst al enigszins gezakt, maar toch voelt het goed om er over te praten. Ik heb een gesprek met Ma Prem Veeru en zei maant mij vooral aan om beter voor mezelf te zorgen...Dat was mijn eerste kennismaking met Grada Rajneesh.

Tenslotte doe ik ook nog een poging om zelf rebirther te worden. Ik richt een verzoek tot Tilke Bloemen, Jef Clement en nog iemand die gezamenlijk een dergelijke opleiding verzorgen en word uitgenodigd voor een gesprek. Ergens wringt er iets, maar kan er tijdens het gesprek mijn vinger niet op leggen. Ik zeg toe dat ik inderdaad de opleiding ga volgen, maar heb heimelijk al besloten om het in feite niet te doen.

In één van de Rajneesh-meditaties die ik regelmatig doe (Gourishankar) komt het staren naar een kaars voor. Blauw licht zou nog beter zijn. Ik bedenk een soort olielamp met daarin een oplossing van een koperzout in olie. Dit zou wel eens kunnen branden met een blauw-groen licht. Ik schrijf mijn neef Ton een brief hierover in de veronderstelling dat hij chemicus is, wat niet waar blijkt te zijn. Ik weet zijn adres via ome Hennie. Ik doe verder niets met het idee, waarom weet ik niet.

Ik ben een keer op een meeting waar schilderijen verkocht worden. De swami die de boel organiseert nodigt mij uit om ook in zijn groepje te komen. De doeken krijgen we van ene Offer, een joodse slimmerik die die doeken in Israël koopt waar ze (letterlijk!) aan de lopende band gemaakt worden. Het zijn wel echte olieverfschilderijen, maar van hetzelfde schilderij bestaan wel tientallen kopieën. Pas bij verkoop van een schilderij betalen we de inkoopsprijs van f75,-. Wat we ervoor vragen mogen we zelf weten. De bedoeling is dat ik net moet doen alsof ik deel uitmaak van een groep ‘jonge kunstenaars’ die proberen aan de bak te komen. Sommige mensen trappen daar in. Als je binnen bent dan lukt het meestal ook wel om iets te verkopen. Met zijn vieren in een auto naar Haarlem, Schalkwijk en daar de galerijflats afgaan. Verschrikkelijk! Mij lukt het maar een enkele keer. De aanvoerder van ons groepje verkoopt wel goed. Ik heb, denk ik, te veel gewetensbezwaren. Eigenlijk is het oplichting en zo voel ik het ook. Ik stop ermee, nadat ik betrapt ben door de politie in een flat in Zaandam. Ik heb uiteraard geen ventvergunning en ben dus strafbaar. Na een tijdje op het bureau gezeten te hebben laten ze mij weer vrij. De agenten vinden ‘mijn’ schilderijen nog mooi ook!

alt