Fluitekruidweg

1975 - 1982 Fluitekruidweg 244, Zaandam

(2 juni 1975) We verhuizen naar een galerijflat in het Kogerveld en zijn de koning te rijk. Eindelijk een écht huis! Eerst verven en behangen en vervolgens verhuizen we. We kunnen nu ook de 1500 piek uitgeven die we van papa en mama gekregen hebben. We kopen bruine rotan Manou meubelen, een ronde, groene eettafel en dito stoelen en een salontafel. Ik maak voor Asha een houten commode die we groen verven. Asha krijgt haar eigen kamertje en een echt bed. De wand boven de commode beschilder ik met een landschap, met daarin een hele reeks tekeningen in Dick Bruna stijl (bloemen, vliegtuig, etc.). Ik krijg zelf ook een eigen kamer om te kunnen studeren. Helemaal in de stijl van die tijd hebben we macramé gordijntjes, Chinese rijstpapier lampions en rijsttegels op de vloer. Ik denk zelfs dat we een letterbak hebben voor kleine spulletjes en een visnet natuurlijk! En zelfs de keukenkastjes verven we bruin... Op de muren: raufaserbehang. Ik herinner me een Tupperware party, waar ik verder (gelukkig :-)) niet bij ben. En we zijn met Anke en Nico een hele goeie tent en slaapzakken gaan kopen op een kampeerbeurs.

We gaan ook helpen met het opknappen van het huisje dat Vincent en Alida huren schuin tegenover ons oude huis op de Westzijde. Bij de brug verderop is een snackbar waar ik menig keer een broodje warm vlees met pindasaus bestel. Lekker!

We doen een kampeer-vakantie in Spanje en bezoeken onder andere Roses, Sitges en Cadaquès. Het is nog in de tijd van Franco, dus we moeten oppassen voor de staatspolitie. Daarom heb ik thuis een spacecake gebakken die helemaal gevuld is met (beschimmelde!) nederwiet, zodat we het niet hoeven te roken. Elke dag nemen we een flink stuk. In Cadaquès kunnen we het huis van Salvador Dali zien liggen (denken we). Tijdens een regenstorm raakt onze tent helemaal doorweekt, inclusief onze slaapzakken. Tot onze opluchting is alles in een paar uurtjes weer opgedroogd in de hete zon.

Na een paar introductie-avonden in het pand op de Amsteldijk in Amster-dam worden we beide geïnitieerd in Transcendente Meditatie. We moeten een bloem, een stuk fruit en flink wat geld meenemen. De TM-leraar doet één of andere ‘puja’ ter ere van de guru van de Maharishi en we krijgen onze mantra ingefluisterd. Later komen we erachter dat die mantra zuiver op leeftijd is gebaseerd. Ik krijg de klank ‘aima’ en Marianne, die wat ouder is krijgt ‘sherien’. We doen dit een aantal maanden trouw en gaan nog naar een follow-upmeeting, maar in feite doet het ons niet veel en stoppen we met de meditaties.

Marianne mag geen kinderen meer krijgen, veel te gevaarlijk voor haar en dus onderzoeken we de mogelijkheid om nog een kind te adopteren. We winnen informatie in bij een koppel in de buurt die dit gedaan hebben en komen er al gauw achter dat adoptie feitelijk niet te doen is. Het kost enorm veel geld, je wordt helemaal doorgelicht of je wel ‘geschikt’ ben en kan drie jaar duren en zelfs na die tijd kan het kind je nog worden afgenomen.

Typisch eten uit die tijd: Saroma-toetjes met Klop-Klop, Wonderstampot met rookworst en Smeltjus en fonduen met instant fondue-sausjes. Tijdens de afwas wordt vaak gezongen. Onder andere het nummer ‘This town ain’t big enough for the both of us’ van Sparks.

We kijken op de televisie graag naar Fred Haché, Barend Servet, Sjef van Oekel, etc. En ook naar All in the family, Mary Hartman, Mary Hartman en het Simplistisch Verbond van Koot en Bie, reeds! De VPRO rules!

En we zien onder andere de volgende films in de bioscoop: One Flew over the Cuckoos Nest, Family, Zabriskie Point en het Omen. Family zien we niet helemaal uit omdat ik niet goed wordt van het geweld en bij Zabriskie Point zitten we praktisch alleen in de zaal.

We gaan regelmatig uit in de straten die het verlengde vormen van de Damstraat in Amsterdam en blowen ons te pletter in de koffieshops aldaar.

Samen met Marianne ga ik naar het concert van Pink Floyd in de Ahoy-hallen van Rotterdam (17-02-1977). Het concert zelf is fantastisch. De geniale lichtshow en de film op het gigantische, ronde scherm lopen verbijsterend synchroon met de muziek. We hebben staanplaatsen bovenin en moeten ons geld en fototoestel heel goed vasthouden, want anders worden ze gepikt door de zakkenrollers die achteraan al staan te wachten. Best angstig.

Ook in Rotterdam, in het Feyenoordstadion zien we samen met Siem, Bob Dylan spelen op 23 juni 1978. In de trein er naar toe lachen we ons dood met ‘Peppie-Kokkie’, al weet ik nu niet meer waar dat over ging. Het concert valt behoorlijk tegen, net als Eric Clapton. Wel goed is Champion Jack Dupree die als enige met zijn piano er een beetje beweging in kan krijgen.

Naast mijn studies lees ik veel over UFO’s, Forteaanse verschijnselen en doen we experimenten met het paranormale stemmenfenomeen, à la Raudive. Spooky! Ik denk dat ik in die tijd ook een brief schrijf aan John Archibald Wheeler, de ‘vader van de H-bom’, die veel onderzoek doet naar zwaartekracht. Ik koop zijn boek ‘Gravitation’ (met Misner en Thorne), maar begrijp er heel weinig van. Verder bestudeer ik ook het werk van Robert Assagioli en maak een schilderij gebaseerd op zijn ‘psychosynthese’.

Een ander schilderijtje moet de theorie verbeelden dat veranderde bewustzijnstoestanden (ASC) aanleiding geven tot en congruent zijn met overeenkomstige alternatieve realiteiten (ASR). Ik maak ook werkjes die er nogal horror-achtig uitzien...

Door mensen die stuntelen met contactlenzen te observeren krijg ik een interessant idee: het mechanisme van een balpen onderaan verbonden met een zuignapje. Door op de achterkant van de ‘pen’ te klikken kun je het zuignapje vasthechten aan de contactlens en weer loslaten. Ik probeer het idee te patenteren en ga naar het Octrooibureau naast het Centraal Station in Amsterdam. Ik krijg nul op rekest omdat aan de ene kant het patent niet mogelijk is, omdat zowel de balpen als de zuignap al uitgevonden zijn en anderzijds zo’n patent enorm veel geld kost. Ik denk nog steeds dat het een goed idee is...

Ergens, ik weet niet meer wanneer precies, ben ik op een kermis in een cakewalk terechtgekomen. Wat een nachtmerrie! Ik ben eraf geklommen, ondanks protest van de eigenaar. Wie betaalt er nu voor die shit?

Ik heb het tot nu toe nog maar één keer meegemaakt. Ik kom op de fiets met Asha voorop Marianne ophalen die op dat moment in het Johannes ziekenhuis moest zijn. Het regent pijpenstelen. Als we buitenkomen is de regen bevroren. De weg, de stoep, alles is spiegelglad en er kan onmogelijk gereden worden. Noodgedwongen lopen we het hele eind naar huis, letterlijk met vallen en opstaan.

Mijn eerste kennismaking met therapie is een gesprekssessie met een psycholoog. Marianne vindt dat we niet meer goed communiceren of zoiets. Ik weet het niet meer. Tijdens het gesprek space ik uit en merk een klein spinnetje op ergens in de hoek van de kamer. Ik zeg ineens: “kijk daar eens, die spin!”. Ja, dat was natuurlijk helemaal fout. Ik was niet aan het luisteren. Nog jaren later word ik hier aan herinnerd als ik weer eens uit-space en iets zeg om me uit de situatie te lullen...

1976 - 1982 Asha

Asha leert gaandeweg kruipen en maakt haar eerste pasjes, maar in het begin vervoeren wij haar met een kinderwagen. Ik heb met mijn stomme kop eerst nog een romantische, houten bolderwagen gekocht voor 75 gulden, niet beseffende dat de houten wielen zonder vering haar arme hersentjes door elkaar zouden schudden. De bolderwagen is nooit gebruikt, maar staat wel in het kamertje van Asha geparkeerd. De echte kinderwagen zelf begeeft het op een dag, midden op de brug naar de Gedempte Gracht. We laten de kinderwagen ter plekke achter en dragen Asha verder naar huis.

We nemen of krijgen ook een zwart poesje, dat we Sammie noemen. Asha en Sammie worden goede vrienden, zoals hiernaast zichtbaar is.

Mijn mama komt ook nog eens op bezoek. Ze zit blijkbaar in een goeie periode. Ze is het duidelijk niet gewend om met kleine kinderen om te gaan en is er een beetje stuntelig mee. Maar ze heeft wel handwerkjes meegenomen die ze zelf gemaakt heeft en in Asha haar kamer komen te hangen.

Ik weet niet meer precies hoe de operaties elkaar opvolgen. Na de eerste farynx-operatie zijn er nog twee oogoperaties geweest, want één van haar ogen schiet alle kanten op. Er worden wat spiertjes vastgezet. Asha heeft ook een hele tijd moeten rondlopen met één oog dichtgeplakt met een grote pleister, zodat ze gedwongen wordt om het andere, ‘luie’ oog te oefenen, iets wat ze bij mij ook hadden moeten doen, maar dat wisten ze toen niet. Haar kin en borst groeien gelukkig normaal uit en daar zie je al snel niets meer van. Asha moet ook elke zoveel maanden, en daarna elk half jaar op bezoek bij het schisisteam, dat haar blijft opvolgen.

De eerste paar jaar heeft Asha een blonde krullenbol, die al gauw niet meer goed uit te kammen valt. Ze krijgt haar eerste knipbeurt en daarna zijn de krulletjes helaas nooit meer teruggekomen.

Een bevriende familie uit Amsterdam, Ton en Roos hebben we ook in die tijd leren kennen. Het kan zijn dat hun zoontje Sander die even oud is als Asha ook problemen heeft en dat dat de reden is waarom we elkaar kennen. In ieder geval zijn zij wel eens bij ons geweest en wij bij hen. Als we bij hen zijn laten we de kinderen spelen in het kinderbadje in het Vondelpark.

Het wordt ook duidelijk dat Asha niet goed hoort en ook haar spreken is eigenlijk alleen voor ons verstaanbaar. Ik herinner me talloze gangen naar het audiologisch centrum in Amsterdam, waar haar gehoor getest wordt. Ze krijgt piepkleine buisjes in haar oren, die ook weer operatief moeten worden aangebracht, dit tot drie keer toe! Die buisjes lopen na een tijdje dicht wegens midden-oorontstekingen en moeten dan weer vernieuwd worden...Uiteindelijk worden we voor een moeilijke keuze gesteld: of er worden opnieuw buisjes geplaatst, wat opnieuw een kleine operatie betekent, maar dat wel zeker zal werken, of er wordt een hoorapparaat geplaatst, waarvan het niet zeker is dat het werkt en ook het risico heeft dat in het geval het niet goed werkt er toch weer buisjes geplaatst moeten worden. Er zijn twee KNO-artsen bij betrokken die het onderling niet eens zijn. Het is aan ons om de knoop door te hakken. We kiezen voor de gehoorapparaten, ook al omdat we de operaties meer dan beu zijn. Asha weet ondertussen wat er gebeurt bij een operatie en is doodsbang voor het toestel dat haar in slaap moet brengen. Ook voor onszelf is zo’n operatie emotioneel slopend. Ik meen dat de behandeling wordt uitgevoerd via de KNO-arts Urbanus. Er moeten oorstukjes aangemaakt worden, de hoor-apparaatjes moeten worden getest en dit moet telkens geëvalueerd worden, via het audiologisch centrum aan de Derkinderenstraat in Amsterdam. En ze krijgt ook spraakles van ene Lotte en blijkbaar ook nog van andere logopedisten. Naast de operaties aan keel, ogen en oren is ook haar neus-amandel nog een keer verwijderd.

Verderop in de galerijflat woont Martin, een jongetje dat vaak blauwe plekken heeft en een vreemde hoge stem heeft. Zijn vader is een dikke, norse man, die vaak buiten de deur op een stoel zit en bier drinkt (?). Zijn moeder is een vreselijk neurotisch mens, dat af en toe komt klagen als ze ons ziet. Wij hebben het sterke vermoeden dat Martin mishandeld wordt. Ik weet niet meer of we daar ook actie op ondernomen hebben. Asha en Martin spelen soms samen en gaan ook samen met Marianne op snoeptocht tijdens het Sint Maartenfeest. Op de hoek van onze verdieping woont ook een Spaanse familie, waarvan de kinderen, naar onze normen, veel te laat mogen buitenspelen, vooral in de zomer.

Asha heeft haar eigen stoeltje dat ze graag voor de tv zet om daarop haar favoriete programma’s te bekijken, zoals Tom and Jerry (‘poes en muis’). Ze schatert het uit als die domme poes weer eens op zijn kop krijgt. Ook de Berenboot is populair, Barbapapa, Calimero, de herhalingen van de Fabeltjeskrant en later de ‘Film van ome Willem’ en de ‘Stratenmaker op Zee Show’ (met de scheetjes latende freule, gespeeld door Wieteke van Dort!). En Paulus de Boskabouter!

Als Asha tweeënhalf is gaat ze een paar ochtenden per week naar peuterspeelzaal ‘de Klimop’ een honderd meter verderop. Na een tijdje kan ze dat ook alleen. Ik kan me vaag herinneren dat ze daarbij een keer per ongeluk in de sloot terechtkomt die langs het grasveld loopt dat de school scheidt van ons flatgebouw. Asha heeft zelf een mysterieuze uitleg van hoe ze uit de sloot gekomen is. Er is ook iets speciaals met de spoorbrug vlakbij (en met de elektriciteitsmast in de buurt?). Hoe het precies komt weet ik niet (meer), maar Asha is er doodsbang van. Waarschijnlijk heeft het te maken met het enorme lawaai dat ontstaat als er een trein over de brug rijdt. Na de peuterspeelzaal komt de echte kleuterschool.

Ergens in die tijd wordt ook de zandbak aangelegd, vlak voor ons in het grasveld en ik help mee met de constructie. De zandbak is ideaal. Asha kan er in spelen en wij kunnen haar perfect in de gaten houden.

Elke dag lees ik (doet Marianne dat ook?) haar voor voor het slapen gaan. Er is het beroemde boekje dat we van het ziekenhuis gekregen hebben, waarin een jongetje voorkomt dat een petje op heeft. Op sommige bladzijden heeft het petje een andere kleur, wat Asha heel grappig vindt. Het verhaaltje van Marc moet tientallen keren opnieuw worden voorgelezen. Ik herinner me ook de boekjes van Jip en Janneke (met Siepie en Takkie), met daarin het grappige verhaal van een kroket, dat ik wel 100 keer moet vertellen. De verhalen van Nijntje doen we ook. Later ook de boekjes van Margriet en van de GVR van Roald Dahl. Voor het slapen gaan moeten alle tekeningen op de muur welterusten gewenst worden: “Dag vliegtuig, dag zon, dag bloem, dag ...”.

Asha zet ons ook een aantal keren voor verrassingen. Op een dag heeft ze haar natte papieren luier in stukjes gescheurd en ook alle luiers uit de verpakking. Sneeuw!

Een andere keer is het haar gelukt om over het hekje dat wij voor de keukeningang hebben gezet te klimmen, de keukenkastjes open te doen en de inhoud van de potten met bloem, griesmeel, et cetera over de keukenvloer uit te spreiden. Ze is aan het schilderen! Ik heb er gauw een foto van gemaakt.

Niet zo mooi van ons is dat we af en toe ‘s avonds weggaan. Ook soms als we geen oppas hebben kunnen versieren en we haar dus alleen laten in haar bedje. Als we dan thuiskomen gaan we schuldbewust eerst naar haar ledikantje om te zien of alles ok is. Soms zien we haar dan in eerste instantie niet ademen (zo lijkt het). Paniek!!! Het blijkt gelukkig altijd mee te vallen...

Eten doet ze in de kinderstoel. Asha eet alles. En graag. We wennen haar zo snel mogelijk aan ‘exotisch’ voedsel en dat is geen probleem. Wat wel een probleem is dat ze voorlopig geen suiker mag hebben om haar tanden een zo goed mogelijke start te geven. Bij ons thuis gaat dat prima. Maar daarbuiten is andere koek. Ik vind het enorm frustrerend om geen controle te hebben over wat er op school gebeurt en het is natuurlijk zielig om haar te verbieden snoepjes en koekjes aan te nemen van de andere kindjes als die bijvoorbeeld jarig zijn. De buren geven haar ook soms snoep, goed bedoeld natuurlijk, maar ik haat het.

Asha gaat mee op kampeervakantie naar Terschelling. We kamperen op het terrein van de familie Moes. Johan gaat daar elk jaar kamperen en wij zetten onze tent naast de zijne. We eten ons klem aan alles wat met veenbessen gemaakt kan worden.

Asha heeft begrijpelijkerwijs altijd een hekel gehad aan het dragen van jurkjes. Oma Blokker daarentegen vindt dat wel leuk en dus moet ze als ze daar logeert wel eens een jurk aan...

Liedjes zingen: ‘In de maneschijn’ met alle daarbij behorende gebaren en van Berend Botje die naar Améééérika gaat. Asha zingt luid ‘Roosvicee’ als wij het nummer ‘Rosie Jane’ opzetten van Cobi Schreijer.

Na de kleuterschool zoeken we een school die speciaal bedoeld is om kinderen met een gehoor- en spraakstoornis te kunnen begeleiden. Dit wordt de Alexander Roozendaalschool in Amsterdam. Het is de bedoeling dat ze zo kort mogelijk op deze school zal zitten, zodat ze zo snel mogelijk aan het reguliere onderwijs kan deelnemen. Elke dag wordt Asha naar school gebracht en weer terug met het ‘Hortsik’ busje van de firma Jonk. Asha zit in de klas bij juffrouw Lesley, meester Roel Kost en in de tweede klas bij juffrouw Renée. Ik herinner me een aantal bezoekjes aan de school en gesprekken met de leerkrachten. Een hele goede school.

Na twee jaar moet er, jammer genoeg, een nieuwe school gezocht worden. We zoeken naar een school die zo vrij en creatief mogelijk is, omdat we denken dat Asha zich daar het beste kan ontplooien. Op dat moment wonen we al in de woongroep in Krommenie en Elsje Jansen doet haar zoon Bas naar de de Leef/Werk School, ook in Amsterdam. En we besluiten om ook Asha daar school te laten lopen (onder protest van de andere woongroep-bewoners). De leerlingen mogen zelf kiezen uit wat er aangeboden wordt en maken hun eigen rooster. Er worden ook hele praktische dingen gedaan zoals fietsen maken en boekbinden. Een fantastische school, maar helaas niet geschikt voor Asha, die feitelijk verzuipt in het structuurloze gedoe.

Als Asha en ik naar Utrecht verhuizen komt ze terecht op de Freinetschool aldaar, maar dan zitten we al in de volgende aflevering van deze ‘memoires’.

alt